Gebiedstypes nitraat mestdecreet, 01/01/2019

OPGELET: Deze data zijn gratis en voor iedereen beschikbaar (Open Data). Een bestand van Vlaanderen is direct downloadbaar, om uw product op maat te versnijden en vervolgens te downloaden is registratie noodzakelijk. Registreren kan via https://auth.vlaanderen.be/

Metadata Toevoegen aan winkelkar

Sinds 1 januari 2019 is een nieuw Mestdecreet van kracht in Vlaanderen, het ‘Decreet houdende wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en van het Mestdecreet van 22 december 2006, wat de implementatie van het zesde mestactieprogramma betreft’. Europa zette Vlaanderen aan tot een meer doorgedreven aanpak van de bescherming van het oppervlakte- en grondwater. Het Mestdecreet, ook wel MAP 6 (Mest Actie Plan 6) genoemd, heeft tot doel de waterverontreiniging door nitraten en fosfaten uit agrarische bronnen te verminderen en verdere verontreiniging te voorkomen. De afdeling Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) voert dit decreet uit. De gebiedstype-indeling in MAP 6 vervangt de vroegere afbakening van de focusgebieden nitraat mestdecreet. De nieuwe indeling bestaat uit vier gebiedstypes en daar worden verschillende gebiedsgerichte maatregelen ingezet. Zo wil men op termijn de waterkwaliteitsdoelstellingen realiseren. Concreet worden de gebiedstypes nitraat mestdecreet afgebakend als volgt: - Afstroomzones van de Vlaamse waterlichamen als basis Deze zones worden gebruikt als geografische basiseenheid voor de indeling in de verschillende gebiedstypes. In totaal zijn er 266 afstroomzones, naargelang de beoordeling van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater, wordt elke afstroomzone ingedeeld in één van de vier gebiedstypes. - Beoordeling van het oppervlaktewater De beoordeling van de oppervlaktewaterkwaliteit vormt de vertrekbasis. De gemiddelde nitraatconcentratie van de MAP-meetpunten is de indicator om de globale impact van de landbouw op de oppervlaktewaterkwaliteit in een bepaalde afstroomzone te beoordelen. De streefwaarde voor de gemiddelde nitraatconcentratie bedraagt 18 mg nitraat/l. Deze streefwaarde is afgeleid op basis van data-analyse en is de vertaalslag van de grenswaarde voor nitraatstikstof tussen een goede en matige toestand van de oppervlaktewaterkwaliteit vanuit de Kaderrichtlijn Water. Deze grenswaarde bedraagt 10 mg nitraatstikstof/l, wat overeenkomt met 44,3 mg nitraat/l, als 90ste percentielwaarde. Dit betekent concreet dat 90% van de metingen moet voldoen aan deze grenswaarde. Naar gelang de doelafstand tot de streefwaarde wordt elke afstroomzone ingedeeld in één van de vier gebiedstypes oppervlaktewater. - Beoordeling grondwater De gemiddelde nitraatconcentratie in de bovenste filter van de grondwatermeetpunten is een goede indicator om de globale impact van de landbouw op de grondwaterkwaliteit in een bepaalde afstroomzone te beoordelen. Omwille van de langere reistijden naar het grondwater, wordt er ook rekening gehouden met de trend van de nitraatconcentratie bij de gebiedstype-indeling voor grondwater. - Gebiedstype-indeling op basis van oppervlakte- en grondwater Om tot een definitieve afbakening te komen, wordt de afbakening op basis van het criterium oppervlaktewater gecombineerd met het criterium grondwater. De gebiedstype-indeling op basis van het oppervlaktewater vormt de basis en wordt naargelang het resultaat van de grondwaterbeoordeling, verhoogd met +1 (tot een maximum van 3). Afstroomzones die na de combinatie van oppervlakte- en grondwater gebiedstype 0 zijn maar waar de 90ste percentielwaarde van alle metingen in oppervlaktewatermeetpunten (op basis van winterjaren 2015-2016, 2016-2017 en 2017-2018) hoger is dan 44,3 mg nitraat/l worden bijkomend aangeduid als gebiedstype 1.


Versie
01/01/2019
Toepassingsschaal
1:5000
Ruimtelijk schema
vector
Status
compleet

Documenten

Heeft volgende entiteit(en)

Gebruiksvoorwaarden en -bepalingen